ECLI:NL:CRVB:2015:606
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht over vermogen en werkzaamheden
Appellanten ontvingen sinds april 2009 bijstand op grond van de WWB. Na een onderzoek van de sociale recherche naar mogelijke uitkeringsfraude, waarbij onder meer dossieronderzoek en verhoren plaatsvonden, besloot het college van burgemeester en wethouders van Groningen in maart 2012 de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen.
De grondslag voor dit besluit was dat appellanten de inlichtingenverplichting hadden geschonden door het niet melden van bezit van vermogen in Pakistan en werkzaamheden bij een pizzeria en als zelfstandige. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij oordeelde dat appellanten onvoldoende inzicht hadden gegeven in hun vermogen en onjuiste inkomsten hadden opgegeven.
In hoger beroep herhaalden appellanten hun eerdere stellingen, waaronder dat zij dachten met behoud van uitkering een eigen bedrijf te kunnen starten. De Raad volgde echter de rechtbank en concludeerde dat geen grond bestond voor een ander oordeel. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht.