ECLI:NL:CRVB:2015:605
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting door niet melden werkzaamheden
Appellanten ontvingen sinds 2003 bijstand. Na een onderzoek van de sociale recherche naar uitkeringsfraude bij horecaondernemingen heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen de bijstand van appellanten ingetrokken over twee perioden in 2009 en 2011 vanwege het niet melden van werkzaamheden bij een pizzeria.
De Raad beoordeelde of de gedingstukken voldoende bewijs boden dat appellant werkzaamheden had verricht zonder dit te melden. Uit gegevens in Suwinet, verklaringen van de pizzeria-eigenaar en getuigen, en observaties bleek dat appellant in genoemde perioden daadwerkelijk werkte zonder dit aan het college te melden.
Appellant erkende deels werkzaamheden te hebben verricht, ook onbetaald, maar stelde dat dit niet gemeld hoefde te worden. De Raad oordeelde dat ook onbetaalde arbeid en loon in natura gemeld moeten worden omdat dit het recht op bijstand beïnvloedt.
De Raad concludeerde dat appellanten de inlichtingenverplichting hebben geschonden, waardoor het college terecht de bijstand heeft ingetrokken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.