ECLI:NL:CRVB:2015:60
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- P.W. van Straalen
- F. Hoogendijk
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens overschrijding vermogensgrens en schending inlichtingenverplichting
Betrokkenen ontvingen bijstand en een inkomensvoorziening op grond van de WWB en WIJ. Na een aangifte van inbraak waarbij €30.000,- werd ontvreemd, onderzocht de gemeente het recht op bijstand. Betrokkene 1 verklaarde dat het geld aan zijn vader toebehoorde en ter bewaring naar Nederland was gebracht.
De gemeente trok de bijstand en inkomensvoorziening in en vorderde de kosten terug, omdat betrokkenen het bezit van de geldsom niet hadden gemeld, wat een schending van de inlichtingenverplichting vormt. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkenen gegrond, omdat zij aannemelijk hadden gemaakt dat zij niet over het geld konden beschikken.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde anders: betrokkenen konden niet aannemelijk maken dat het geld niet tot hun vermogen behoorde. De verklaringen waren onvoldoende en niet ondersteund door objectief bewijs. De Raad stelde vast dat het niet melden van het vermogen de inlichtingenverplichting schond en dat de intrekking en terugvordering terecht was.
Betrokkenen voerden nog aan dat er dringende redenen waren om van terugvordering af te zien vanwege gezondheidsklachten door de inbraak, maar de Raad vond dit onvoldoende om van het terugvorderingsbeleid af te wijken. De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van betrokkenen wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand en inkomensvoorziening wordt gehandhaafd.