ECLI:NL:CRVB:2015:583
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.J. Schaap
- G. van Zeben-de Vries
- D.S. de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek kwijtschelding eigen bijdrage AWBZ-zorginstelling
Appellante heeft het CAK verzocht om kwijtschelding van € 13.347,35 aan eigen bijdragen voor haar verblijf in een AWBZ-zorginstelling over de jaren 2007 tot en met 2012. Dit verzoek werd door CAK afgewezen en deze afwijzing werd door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij geen adequate zorg ontving en dat de communicatie met CAK problematisch was, onder meer vanwege de overdracht van de vordering aan een incassobureau en het ontbreken van medewerking aan mediation. Tevens stelde zij dat een medewerker van CAK telefonisch kwijtschelding had toegezegd.
De Raad oordeelde dat de eigen bijdragen na 1 juli 2009 als geldschulden gelden die dwingend zijn vastgesteld zonder wettelijke mogelijkheid tot kwijtschelding, behalve voor herzieningen die discretionair zijn. Voor de jaren 2009-2012 kon daarom geen kwijtschelding worden verleend. Voor de jaren 2007 en 2008, die herzieningen betroffen, was CAK wel bevoegd tot kwijtschelding, maar appellante stelde onvoldoende omstandigheden om dit te honoreren.
De Raad vond dat CAK het verzoek om kwijtschelding redelijkerwijs kon afwijzen en verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel wegens ontbreken van bewijs van toezegging. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om kwijtschelding van eigen bijdragen wordt afgewezen.