ECLI:NL:CRVB:2015:555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en afwijzing bijstandsaanvraag wegens vermogen in safeloket
Betrokkene had bijstand aangevraagd na terugkeer van haar echtgenoot, waarbij de bijstand werd toegekend en later ingetrokken vanwege vermoedelijk vermogen in een safeloket. De gemeente stelde dat betrokkene haar inlichtingenplicht had geschonden door het safeloket en de inhoud daarvan niet te melden. De rechtbank oordeelde dat betrokkene niet over het safeloket kon beschikken en vernietigde de besluiten.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat betrokkene wel degelijk over het safeloket en de inhoud kon beschikken, aangezien de huurovereenkomst op haar naam stond, gekoppeld was aan haar bankrekening en zij de huur betaalde. De volmacht aan haar dochter veranderde hier niets aan. Omdat niet duidelijk was wat de exacte inhoud van het safeloket was, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
De Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde de beroepen tegen de intrekking en afwijzing ongegrond. Ook de terugvordering van bijstandskosten en voorschotten was terecht. Voor de latere aanvraag om bijstand kon betrokkene geen wijziging in omstandigheden aantonen, waardoor ook die aanvraag terecht werd afgewezen.
Uitkomst: De intrekking en afwijzing van de bijstandsaanvraag zijn terecht omdat betrokkene over het vermogen in het safeloket kon beschikken.