ECLI:NL:CRVB:2015:523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding met kind
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder sinds de geboorte van haar kind met T, haar partner. Het college van burgemeester en wethouders van Bergen trok de bijstand en inkomensvoorziening in wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding, wat appellante betwistte.
De rechtbank stelde vast dat er voldoende bewijs was voor gezamenlijke huishouding, vooral door verklaringen van T en omwonenden. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Hoewel T en appellante op verschillende adressen stonden ingeschreven, was er sprake van feitelijke samenwoning op het uitkeringsadres.
De Raad oordeelde dat de verklaringen van T, ondersteund door getuigenverklaringen, overtuigend waren en dat tegenbewijs onvoldoende specifiek was. De intrekking van de bijstand was daarom rechtsgeldig. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep van appellante verworpen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens gezamenlijke huishouding wordt bevestigd.