ECLI:NL:CRVB:2015:4979
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens herstel en arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als medewerker pensioenen via een uitzendbureau en viel uit wegens ziekte. Na toekenning van een WIA-uitkering werd zij ziek gemeld en kreeg een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering op basis van medisch onderzoek dat stelde dat zij niet meer ongeschikt was voor haar arbeid.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij werkzaamheden verrichtte op arbeidstherapeutische basis met behoud van haar WIA-uitkering, en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat uit de uitzendovereenkomst en het dossier niet blijkt dat het om arbeidstherapeutische werkzaamheden ging. De medische rapporten van verzekeringsartsen waren zorgvuldig en toonden aan dat appellante voldoende belastbaar was. Het verzoek tot benoeming van een deskundige werd afgewezen en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellante wordt beëindigd omdat zij niet meer ongeschikt is voor haar arbeid.