ECLI:NL:CRVB:2015:4978
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens ontbreken duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als [naam functie] en viel op 7 december 2009 uit voor haar werkzaamheden. Het UWV kende haar op 15 december 2011 een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 100%, met een einddatum van 9 mei 2012. Op bezwaar stelde het UWV de einddatum bij tot 19 juni 2012. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat zij geen recht had op een IVA-uitkering omdat zij niet duurzaam volledig arbeidsongeschikt was.
Appellante voerde aan dat het WIA-dossier onvolledig en inconsistent was en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was. De Raad oordeelde dat het dossier compleet was en dat het onderzoek van de verzekeringsarts zorgvuldig was uitgevoerd. De arts had appellante gezien, dossierstudie gedaan en medische gegevens beoordeeld, en concludeerde dat appellante volledig arbeidsongeschikt was maar niet duurzaam.
De Raad vond geen aanwijzingen voor duurzame arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 4 van Pro de Wet WIA en wees het verzoek tot benoeming van een deskundige af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van een IVA-uitkering wegens het ontbreken van duurzame arbeidsongeschiktheid.