ECLI:NL:CRVB:2015:4969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, laatst werkzaam als caissière, ontving een WGA-uitkering wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling trok het UWV de uitkering per 26 mei 2013 in, omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% zou zijn. Appellante maakte bezwaar en voerde toegenomen lichamelijke en psychische klachten aan, waaronder fibromyalgie en beperkingen door schouderklachten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende zorgvuldig onderzoek had verricht en dat de medische en arbeidskundige rapporten de beperkingen van appellante adequaat weerspiegelden. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat de medische en arbeidskundige beoordeling onvoldoende rekening hield met haar beperkingen, met name voor werkzaamheden boven schouderhoogte en het staan.
De Centrale Raad van Beroep vond geen aanleiding het oordeel van de rechtbank te wijzigen. De medische rapporten, inclusief aanvullingen na ontvangst van nieuwe radiologische informatie, waren zorgvuldig en toonden geen aanwijzingen voor ernstiger beperkingen op de datum in geschil. Ook de arbeidskundige beoordeling dat de geselecteerde functies passend waren, werd bevestigd. Het beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WGA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WGA-uitkering per 26 mei 2013 wordt bevestigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.