ECLI:NL:CRVB:2015:4604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- C.H. Bangma
- J.A.M. van den Berk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep op vertrouwensbeginsel bij niet-toekenning bevordering militair
Betrokkene, militair bij de Koninklijke Marechaussee, verzocht om bevordering tot opperwachtmeester met terugwerkende kracht tot 1 september 2004. Na eerdere besluiten en een tussenuitspraak werd het bezwaar afgewezen omdat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan door het bevoegd bestuursorgaan.
De Raad onderzocht of betrokkene op basis van uitlatingen van leidinggevenden mocht vertrouwen op bevordering per genoemde datum. Hoewel sympathie en steun werden erkend, ontbrak een onvoorwaardelijke toezegging die vereist is voor toepassing van het vertrouwensbeginsel.
Daarnaast werd vastgesteld dat de detachering bij de Dienst Speciale Interventie vrijwillig was en dat betrokkene niet eerder aanspraak kon maken op bevordering. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het eerdere oordeel van de rechtbank.
Verder werd een overschrijding van de redelijke termijn vastgesteld, waarvoor een schadevergoeding werd toegekend aan betrokkene, deels aan appellant en deels aan de Staat. Ook werden proceskosten aan betrokkene toegekend.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 december 2015.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot niet-bevordering per 1 september 2004 wordt ongegrond verklaard en een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.