ECLI:NL:CRVB:2015:4538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde WIA-aanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant was werkzaam als productiemedewerker en meldde zich ziek op 2 september 2009. Het UWV stelde bij besluit van 19 januari 2012 vast dat appellant geen WIA-uitkering kon krijgen omdat hij zijn werk kon hervatten. Een herhaalde aanvraag op 14 december 2012 werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de intrekking van de WSW-indicatie aanleiding moest zijn voor toekenning van een WIA-uitkering en klaagde over de lange procedureduur. De verzekeringsarts stelde dat er geen wijziging in belastbaarheid was opgetreden. De Raad oordeelde dat de aanvraag ook als melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid moest worden gezien, maar dat de aangevoerde feiten geen nieuwe of veranderde omstandigheden vormden.
Het UWV had nagelaten te beoordelen of appellant rechten ontleent aan artikel 55 van Pro de Wet WIA, waardoor het besluit onvoldoende gemotiveerd was. Desondanks kon het besluit op basis van beschikbare gegevens in stand worden gelaten. De redelijke termijn van de procedure was niet overschreden, zodat het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde WIA-aanvraag en wijst het verzoek om schadevergoeding af.