Uitspraak
CIZ
OVERWEGINGEN
.CIZ stelt zich op het standpunt dat klasse 2 doelmatig kan worden geacht voor het ondersteunen bij praktische vaardigheden/handelingen, zoals het binnen handbereik leggen van spullen.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene, een minderjarige met Acute myeloïde leukemie en andere aandoeningen, vroeg om een indicatie voor AWBZ-zorg, waaronder begeleiding individueel. Het CIZ verleende een indicatie, maar beperkte de begeleiding tot klasse 2. De rechtbank stelde dit bij uitspraak op klasse 4.
In hoger beroep betwistte het CIZ dat betrokkene zware beperkingen had en handhaafde klasse 2, terwijl betrokkene zelf klasse 5 vorderde vanwege de noodzaak van toezicht en ondersteuning. De Raad beoordeelde de indicatieperiode van 6 juni 2013 tot 23 december 2013 en concludeerde dat betrokkene inderdaad matige tot zware beperkingen heeft die recht geven op begeleiding.
De Raad verwierp het standpunt van het CIZ dat klasse 2 voldoende was, omdat onvoldoende onderbouwd was dat hulpmiddelen de zorgbehoefte verminderden. Ook stelde de Raad vast dat toezicht noodzakelijk was vanwege de ernstige medische situatie van betrokkene. De Raad vernietigde het eerdere vonnis en stelde de indicatie voor begeleiding individueel vast op klasse 5 voor de periode 10 juni 2013 tot en met 10 maart 2014. Daarnaast bevestigde de Raad de normtijden voor verpleging en oordeelde over de geldigheidsduur van de indicatie. Het CIZ werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De indicatie voor begeleiding individueel wordt vastgesteld op klasse 5 voor de periode 10 juni 2013 tot en met 10 maart 2014.