Uitspraak
OVERWEGINGEN
Appellante heeft zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Zij kan zich niet vinden in het oordeel van de rechtbank dat de bevindingen van het huisbezoek voldoende feitelijke grondslag bieden voor het door de Minister ingenomen standpunt dat zij ten tijde hier van belang niet woonde op haar GBA-adres. Appellante stelt dat zij op zolder woonde. De meeste van haar spullen lagen daar. Zij sliep in de periode voor het huisbezoek soms op zolder en soms in de door de controleurs bezochte kamer. De tante heeft de controleurs gewezen op de zolderruimte, maar zij vonden het niet nodig die ruimte te bekijken. Appellante is er verder verbaasd over dat het feit dat zij haar toiletspullen altijd meeneemt, als een aanwijzing wordt gezien dat ze niet bij haar tante woont. Ook bevreemdt het appellante dat de controleurs bij de kledingkast niet konden opmaken van wie de daarin aanwezig kleding was. Duidelijk kon toch zijn dat de strakke spijkerbroeken en korte truitjes en jasjes aan appellante toebehoorden. Appellante is van mening dat het onderzoek onzorgvuldig is geweest.