ECLI:NL:CRVB:2015:4434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ziekengeldsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen eigenrisicodrager
Appellante, eigenrisicodrager voor de Ziektewet, werd geconfronteerd met een ziekengeldsanctie opgelegd door het Uwv vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen voor een arbeidsongeschikte werknemer.
De kern van het geschil betrof de vraag of het rapport van de verzekeringsarts, dat mede ten grondslag lag aan de sanctie, gebruikt mocht worden ondanks dat de arts tijdens het spreekuur de identiteit van de werknemer niet formeel had vastgesteld aan de hand van een geldig legitimatiebewijs, zoals vereist in de Wet Suwi.
De Raad oordeelde dat het Uwv niet verplicht is bij elke handeling een identiteitscontrole uit te voeren, maar alleen indien noodzakelijk. Gezien de omstandigheden was er geen reden om het rapport buiten beschouwing te laten. Bovendien was de identiteit van de werknemer later alsnog vastgesteld tijdens de bezwaarprocedure.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellante tekortgeschoten is in haar re-integratie-inspanningen en verwierp het beroep van appellante. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en de ziekengeldsanctie gehandhaafd.
Uitkomst: De ziekengeldsanctie tegen appellante wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen wordt bevestigd.