ECLI:NL:CRVB:2015:4354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding bij terugvordering WW-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV waarin een bedrag van €10.628,77 aan onverschuldigd betaalde WW-uitkering en een boete van hetzelfde bedrag werden teruggevorderd wegens schending van de inlichtingenplicht. Het bezwaar werd ingediend na het verstrijken van de wettelijke bezwaartermijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de besluiten rechtsgeldig waren verzonden naar het bij het UWV bekende GBA-adres van appellant, ondanks dat appellant in detentie verbleef en dit had gemeld zonder een verzoek tot adreswijziging. Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV niet zomaar op het GBA-adres mocht vertrouwen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat het UWV aan haar bekendmakingsverplichting had voldaan door de besluiten naar het laatst bekende adres te sturen. De termijnoverschrijding was niet verschoonbaar. Het hoger beroep werd verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verontschuldigbare termijnoverschrijding.