ECLI:NL:CRVB:2015:4266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant is sinds 1992 arbeidsongeschikt wegens knieklachten en ontvangt een WAO-uitkering met een mate van arbeidsongeschiktheid tussen 35 en 45%. Na een claim van toegenomen beperkingen heeft het UWV in 2008 medisch onderzoek laten verrichten, waaruit bleek dat de medische situatie niet was gewijzigd. In 2013 heeft het UWV de uitkering herzien naar een hogere mate van arbeidsongeschiktheid (45-55%), met ingang van 29 november 2012.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening en stelde dat hij vanaf 22 augustus 2011 volledig arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV de medische en arbeidskundige beoordeling zorgvuldig heeft uitgevoerd, inclusief heronderzoek door een orthopeed en psychiater, en dat de ingebrachte medische informatie uit Spanje is meegenomen.
In hoger beroep voerde appellant opnieuw aan dat zijn beperkingen zijn onderschat en dat het onderzoek onzorgvuldig was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bestreden besluit zorgvuldig tot stand is gekomen en voldoende onderbouwd is. Omdat appellant geen nieuwe medische gegevens heeft aangeleverd, zag de Raad geen reden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigde de uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering door het UWV wordt bevestigd.