ECLI:NL:CRVB:2015:4211
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering wegens vermogen boven vermogensgrens
Appellante heeft bijstand aangevraagd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), maar haar aanvraag is afgewezen omdat haar vermogen boven de toepasselijke vermogensgrens van €5.795,- ligt. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft deze beslissing genomen en de rechtbank Rotterdam heeft dit besluit bevestigd.
In hoger beroep betoogt appellante dat bij de vaststelling van haar vermogen ten onrechte geen rekening is gehouden met de revisierente die zij mogelijk aan de Belastingdienst moet betalen bij afkoop van twee lijfrenteverzekeringen. Zij stelt dat na aftrek van deze revisierente haar vermogen onder de vermogensgrens zou liggen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het relevante vermogen bestaat uit de afkoopsom minus de loonheffing die de verzekeraar inhoudt. De revisierente wordt niet in mindering gebracht omdat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij daadwerkelijk revisierente verschuldigd is. Dit is alleen het geval indien zij premies heeft afgetrokken van de belasting en een belastingvoordeel heeft genoten, wat niet uit de stukken blijkt.
Daarmee faalt het hoger beroep en wordt de eerdere uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsuitkering bevestigd.