Uitspraak
OVERWEGINGEN
f945.000,- tegen een rente van 5% met een looptijd van 25 jaar. Het [district] is met ingang van
Centrale Raad van Beroep
Appellant, sinds 1992 werkzaam bij het voormalige district, had in 1994 een hypothecaire lening ontvangen die later werd omgezet. Na opheffing van het district en samenvoeging tot Waterschap Rivierenland, verzocht appellant in 2005 om oversluiting van de hypotheek tegen een lager rentepercentage. Dit verzoek werd afgewezen omdat de regeling was komen te vervallen en tussentijdse renteaanpassingen niet voorzien waren.
Appellant uitte in juli 2005 zijn onvrede, maar deze brief werd niet als bezwaarschrift aangemerkt. In 2010 herhaalde appellant zijn verzoek, dat opnieuw werd afgewezen en gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het eerdere besluit vaststaat en dat het verzoek van 2010 een herhaald verzoek is waarop artikel 4:6 Awb Pro van toepassing is.
De Raad bevestigt dat de brief van 2005 geen bezwaarschrift was en verklaart het beroep van 2012 niet-ontvankelijk. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die herziening rechtvaardigen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt eveneens. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat er geen onrechtmatig besluit is vernietigd.
De Raad bevestigt daarmee de eerdere uitspraak en wijst het beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.