ECLI:NL:CRVB:2015:4040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens herstel arbeidsgeschiktheid bevestigd
Appellante had een Ziektewetuitkering die het UWV per 15 april 2013 beëindigde op basis van rapporten van een verzekeringsarts die stelde dat zij weer in staat was haar werkzaamheden te verrichten. Appellante maakte bezwaar, waarna het UWV de intrekking van de uitkering per 31 juli 2013 vaststelde, omdat zij pas op die datum van het besluit op de hoogte was gesteld.
De rechtbank verwierp het beroep van appellante tegen dit besluit, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief meerdere medische onderzoeken en rapportages. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen door de progressieve ziekte van Sjögren en tandheelkundige ingrepen in juni en juli 2013 onvoldoende waren meegewogen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. Het onderzoek was zorgvuldig en gebaseerd op eigen onderzoek en medische informatie. De tandheelkundige behandelingen betroffen reguliere zorg en geen kaakchirurgie voor de datum van intrekking. Er was geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 31 juli 2013.