ECLI:NL:CRVB:2015:3997
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging ZW-uitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellante was werkzaam als schoonmaakster met aanvullende taken en meldde zich ziek wegens buik- en rugklachten. Haar dienstverband werd beëindigd tijdens ziekte. Verzekeringsartsen van het UWV verklaarden haar vanaf 22 juli 2013 geschikt voor arbeid, waarop het UWV de ZW-uitkering stopzette.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat de medische beoordeling onzorgvuldig was en haar klachten werden onderschat. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat zij haar werk kon hervatten.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De medische rapporten waren zorgvuldig opgesteld, zowel buik- als rugklachten waren betrokken in de beoordeling, en de klachten stonden het verrichten van licht lichamelijk belastend werk niet in de weg.
De Raad vond geen reden om aan het standpunt van de verzekeringsarts te twijfelen en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante vanaf 22 juli 2013 geschikt is voor haar arbeid en geen recht meer heeft op ZW-uitkering.