ECLI:NL:CRVB:2015:3875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over duurzaamheid arbeidsongeschiktheid en herstelkansen WIA-uitkering
Appellant, voormalig productiemedewerker, raakte op 2 april 2010 arbeidsongeschikt door een bedrijfsongeval. Hij vroeg een WIA-uitkering aan, die het UWV toewees met een mate van arbeidsongeschiktheid van 100%. Na bezwaar en beroep bevestigden rechtbank en Raad dit besluit, waarbij de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid op 30 maart 2012 werd betwist.
Bij een latere beslissing in 2013 werd de uitkering voortgezet als loonaanvullingsuitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Appellant stelde dat zijn situatie sinds het ongeval stabiel is en dat geen verbetering meer te verwachten is, onderbouwd met medische rapporten van een revalidatiearts en een arts gespecialiseerd in hersenschade.
De Raad beoordeelde de medische informatie en concludeerde dat de revalidatiearts gemotiveerd heeft vastgesteld dat er geen aanknopingspunten zijn voor verbetering van de fysieke en mentale conditie van appellant. Daarmee is de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid op 30 november 2013 voldoende aannemelijk.
De Raad wijst het standpunt van het UWV af dat de nieuwe medische informatie niet relevant zou zijn en draagt het UWV op om het besluit te herzien of een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Hiermee wordt het geschil over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid nog niet definitief beslecht.
Uitkomst: De Raad draagt het UWV op het besluit te herzien vanwege aannemelijke duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid per 30 november 2013.