ECLI:NL:CRVB:2015:3796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens vermeende gezamenlijke huishouding niet gerechtvaardigd
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en werd onderzocht omdat haar ex-partner, met wie zij kinderen heeft, regelmatig bij haar zou verblijven. Het college trok haar bijstand in wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder dit te melden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de onderzoeksbevindingen onvoldoende bewijs bieden dat appellante en haar ex-partner een gezamenlijke huishouding voerden. Hoewel de ex-partner regelmatig op het uitkeringsadres was, was er geen sprake van hetzelfde hoofdverblijf. Persoonlijke bezittingen van de ex-partner ontbraken en verklaringen van buurtbewoners waren onvoldoende specifiek.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank, herroept het besluit tot intrekking van de bijstand en veroordeelt het college tot vergoeding van wettelijke rente over de ten onrechte niet betaalde bijstand en de proceskosten. De uitspraak is gedaan op 27 oktober 2015.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking van de bijstand wordt herroepen en het college wordt veroordeeld tot schadevergoeding en kostenvergoeding.