ECLI:NL:CRVB:2015:3786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens ontbreken loonsanctie bij WIA-uitkering
Appellante, werknemer bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), kreeg een WGA-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid. Zij stelde dat haar werkgever tekort was geschoten in de re-integratieverplichtingen en dat het UWV ten onrechte geen loonsanctie had opgelegd, waardoor zij schade zou hebben geleden.
Het UWV erkende dat de loondoorbetalingsverplichting onterecht niet was verlengd, maar stelde dat appellante hierdoor geen inkomensverlies had geleden omdat de WGA-uitkering gelijkwaardig was aan de loondoorbetalingsverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij bij oplegging van een loonsanctie aanspraak had gehad op meer loon dan de WIA-uitkering. Ook was geen verband vastgesteld tussen het onrechtmatige besluit en het vermeende inkomensverlies. De Raad wees het verzoek om schadevergoeding af en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat geen loonsanctie is opgelegd en geen verband is aangetoond tussen het onrechtmatige besluit en inkomensverlies.