ECLI:NL:CRVB:2015:3746
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging arbeidsondersteuning Wajong na een jaar regulier werk
Appellant, geboren in 1980, heeft een universitaire studie Nederlands recht afgerond en was werkzaam als bezwaarjurist bij een overheidsdienst. Hij ontving een Wajong-uitkering en arbeidsondersteuning vanwege een lichamelijke beperking. Het UWV beëindigde deze ondersteuning en uitkering nadat appellant gedurende een jaar meer dan het wettelijk minimumloon verdiende.
Appellant voerde aan dat zijn functie een werkervaringsplaats betrof en dat hij recht had op een jobcoach, waardoor de beëindiging onterecht zou zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellant daadwerkelijk regulier werk verrichtte zonder noodzakelijke voorzieningen zoals een jobcoach. De beëindiging van de arbeidsondersteuning is gebaseerd op een dwingendrechtelijke bepaling van de Wet Wajong en strookt met de bedoeling van de wetgever. De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de arbeidsondersteuning en Wajong-uitkering omdat appellant regulier werk verrichtte met een inkomen boven het wettelijk minimumloon.