ECLI:NL:CRVB:2015:374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag om na te dienen tijdens reorganisatie defensie
Appellant, werkzaam als luitenant ter zee tweede klasse bij het Commando Zeestrijdkrachten, diende op 6 januari 2011 een aanvraag in om na te dienen met ingang van 31 oktober 2012. De minister van Defensie wees deze aanvraag op 27 juni 2011 af vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder aanzienlijke bezuinigingen en reorganisatie binnen Defensie. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd op 26 oktober 2011 ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Later stelde de minister dat het besluit onbevoegd was genomen en nam een vervangend besluit op 5 november 2014, waarbij het bevoegdheidsgebrek werd hersteld. Appellant voerde aan ten onrechte niet te zijn gehoord en dat de afwijzing onterecht was omdat hij op grond van het beleid van 2001 een materieel recht op nadienen had.
De Raad oordeelde dat de bevoegdheid om te beslissen over de aanvraag bij de Kroon lag en dat het bevoegdheidsgebrek was hersteld. Het beroep tegen het vervangende besluit werd ongegrond verklaard. De Raad stelde vast dat het materiële recht op nadienen was opgeschort gedurende de reorganisatieperiode tot 1 januari 2016 en dat de beleidsnota 2011 correct was toegepast. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar de gemaakte proceskosten werden deels vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het vervangende besluit tot afwijzing van de aanvraag om na te dienen wordt ongegrond verklaard.