ECLI:NL:CRVB:2015:3718
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht en verrichte werkzaamheden
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en de Wet investeren in jongeren. Naar aanleiding van anonieme meldingen over frauduleuze handelingen is een onderzoek ingesteld, waaruit bleek dat appellant werkzaamheden verrichtte in eigen ondernemingen zonder dit te melden. Tevens werden niet alle gevraagde financiële gegevens en bankgegevens verstrekt.
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft daarom de bijstand ingetrokken en de gemaakte kosten teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat hij geen activiteiten had verricht en dat hij niet kon voldoen aan de gevraagde gegevens, maar de Raad oordeelde dat uit de inschrijving bij de Kamer van Koophandel en verklaringen voldoende aanwijzingen voor werkzaamheden blijken.
De Raad stelde vast dat appellant en zijn partner de inlichtingenplicht hebben geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat hij recht had op bijstand indien hij wel aan de plicht had voldaan. Daarom bevestigde de Raad de intrekking en terugvordering van de bijstandskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand en de terugvordering worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht en verrichte werkzaamheden.