ECLI:NL:CRVB:2015:3669
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- P.W. van Straalen
- W.F. Claessens
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging opschorting en intrekking bijstandsuitkering wegens onjuiste toepassing WWB
Appellante ontving sinds 2003 bijstand op grond van de WWB. Het college van Haarlem voerde een rechtmatigheidsonderzoek uit vanwege vermoedens van gezamenlijke huishouding en ontdekte dat appellante mede-eigenaar was van onroerend goed in Turkije. Het college verzocht om bewijsstukken over haar vermogen, met een deadline die werd uitgesteld tot 2 mei 2013. Desondanks schortte het college op 17 april 2013 haar bijstand op en trok deze in per die datum wegens vermeend niet voldoen aan de informatieplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen opschorting en intrekking ongegrond, maar vernietigde een besluit over een latere aanvraag. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college ten onrechte aannam dat appellante op 17 april 2013 in verzuim was, terwijl zij uitstel had gekregen. Hierdoor was het college niet bevoegd tot opschorting en intrekking van de bijstand op die datum, en vernietigt deze besluiten.
Wel blijft de intrekking van de bijstand gehandhaafd op grond van het bezit van vermogen boven de vrijlatingsgrens, omdat appellante redelijkerwijs over haar erfdeel kon beschikken. De Raad veroordeelt het college in de proceskosten en bevestigt het besluit tot afwijzing van een latere bijstandsaanvraag wegens vermogen boven de norm.
Uitkomst: Besluit tot opschorting en intrekking bijstand vernietigd wegens onjuiste toepassing, intrekking blijft gehandhaafd op grond van vermogen boven vrijlatingsgrens.