ECLI:NL:CRVB:2015:3663
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB als alleenstaande vanaf 1 augustus 2006. Naar aanleiding van een anonieme tip startte de gemeente een onderzoek naar mogelijke gezamenlijke huishouding met J, wat leidde tot een besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over de periode van 1 januari 2008 tot 27 september 2012.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat onvoldoende bewijs bestaat voor een gezamenlijke huishouding vóór 22 oktober 2008. Vanaf die datum is er wel sprake van gezamenlijke huishouding, gezien inschrijving, verklaringen en feitelijke omstandigheden.
De Raad vernietigt daarom het besluit voor de periode 1 januari 2008 tot en met 21 oktober 2008 en draagt het college op een nieuw besluit te nemen over de terugvordering voor de periode vanaf 22 oktober 2008. Tevens veroordeelt de Raad het college in de proceskosten en bepaalt vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd voor de periode 1 januari 2008 tot en met 21 oktober 2008.