ECLI:NL:CRVB:2015:3516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor advocaat- en griffiekosten in civiele procedure
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) voor advocaat- en griffiekosten in een civiele procedure over een koopsomlijfrenteverzekering. Het college wees de aanvraag af omdat appellant geen gebruik had gemaakt van een voorliggende voorziening en de griffiekosten niet als noodzakelijke kosten van het bestaan konden worden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij geen advocaat kon vinden die zijn zaak op toevoegingsbasis wilde behandelen zonder een voorschot te vragen, wat hij als een verkapte betaalde behandeling zag. De Raad oordeelde dat appellant dit niet aannemelijk had gemaakt en dat de Wet op de rechtsbijstand als passende voorliggende voorziening geldt.
Ten aanzien van de griffiekosten oordeelde de Raad dat deze niet noodzakelijk waren in de zin van artikel 35 WWB Pro, omdat de procedure niet gericht was op het verkrijgen van bijstand of het voorkomen van bijstandbehoevendheid. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor advocaat- en griffiekosten is afgewezen wegens het ontbreken van gebruik van een voorliggende voorziening en het ontbreken van bijzondere omstandigheden.