ECLI:NL:CRVB:2015:3462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsbeperkingen op 17/18-jarige leeftijd
Appellant, geboren in 1968, vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van vermeende arbeidsongeschiktheid vanaf zijn 17/18-jarige leeftijd. Eerdere medische beoordelingen uit 1991 en 1996 stelden beperkingen vast, maar ook benutbare mogelijkheden en een verdienvermogen van ten minste 75% van het minimumloon.
Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant geen nieuwe medische gegevens over de relevante leeftijdsperiode had overgelegd en verwees naar de eerdere beoordelingen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij niet als jonggehandicapte kon worden aangemerkt.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad overwoog dat de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid moet plaatsvinden op basis van de destijds geldende Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW). De medische gegevens boden geen aanwijzingen voor meer beperkingen dan eerder vastgesteld. Het ontbreken van een nieuwe medische beoordeling door het UWV werd niet als onrechtmatig beoordeeld.
De Raad concludeerde dat appellant tot 1996 in staat was passend werk te verrichten met een verdienvermogen van ten minste 75% van het minimumloon en dat het beroep daarom geen doel treft. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens onvoldoende arbeidsbeperkingen op 17/18-jarige leeftijd.