ECLI:NL:CRVB:2015:3447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- W.J.A.M. van Brussel
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bestuur hoeft tijdelijk dienstverband leraar zonder lesbevoegdheid niet te verlengen
Appellant was sinds 2005 werkzaam als leraar zonder wettelijke lesbevoegdheid en had een tijdelijk dienstverband dat jaarlijks werd verlengd tot 1 augustus 2013. Het bestuur besloot op 25 april 2013, gehandhaafd na bezwaar, het dienstverband niet te verlengen wegens een tekort aan formatieruimte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep richtte appellant zich vooral op de communicatie rondom het vervallen van uren voor het vak techniek en het overnemen van uren voor handenarbeid, stellende dat het bestuur onzorgvuldig handelde en een vertrekregeling had moeten aanbieden.
De Raad oordeelde dat appellant op de hoogte was van de reële kans dat zijn aanstelling niet verlengd zou worden en dat de gang van zaken niet zo onzorgvuldig was dat het besluit niet in stand kon blijven. Het bestuur was niet gehouden het dienstverband te verlengen en in de CAO VO 2011/2012 is geen grondslag voor een vertrekregeling gevonden.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bestuur was niet gehouden het tijdelijke dienstverband van appellant te verlengen en het hoger beroep wordt afgewezen.