ECLI:NL:CRVB:2015:3430
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Weigering nabestaandenuitkering en herziening AOW-pensioen wegens onduidelijkheid overlijden echtgenoot
Appellante, met Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een nabestaandenuitkering en herziening van haar AOW-pensioen na vermissing van haar echtgenoot sinds 1985. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering en herzag het pensioen vanwege het ontbreken van bewijs dat de echtgenoot overleden is en onduidelijkheid over zijn verzekeringsstatus.
De rechtbanken oordeelden dat het vonnis van de rechtbank Tetouan, waarin de echtgenoot dood werd verklaard, niet gelijkgesteld kan worden aan een beschikking op grond van artikel 1:413 BW Pro. Het onderzoek naar de vermissing werd afgesloten zonder opheldering. De Raad stelde vast dat geen concrete omstandigheden het overlijden waarschijnlijk maken en dat de procedure van artikel 1:413 BW Pro gevolgd moet worden.
Verder kon niet worden vastgesteld of de echtgenoot na 21 maart 1985 verzekerd was voor de AOW, omdat hij uitgeschreven was uit het bevolkingsregister en geen aanwijzingen voor verblijf in Nederland of een van de bedoelde staten aanwezig waren. Appellante werd verweten de vermissing niet te hebben gemeld en jarenlang formulieren op naam van haar echtgenoot te hebben ingevuld.
De Raad vernietigde één van de aangevallen uitspraken wegens procedurele fouten, maar verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit tot weigering van de nabestaandenuitkering ongegrond. De herziening van het pensioen en de terugvordering werden bevestigd. De Svb werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De nabestaandenuitkering wordt geweigerd en de herziening en terugvordering van het AOW-pensioen bevestigd.