ECLI:NL:CRVB:2015:333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na herziening datum einde wachttijd
Appellant, werkzaam bij de gemeente Amsterdam, viel na een bedrijfsongeval op 10 maart 2008 uit en ontving loon doorbetaling tot zijn ontslag op 7 april 2012. Hij vroeg op 25 november 2009 een WIA-uitkering aan, die aanvankelijk per 7 maart 2011 werd geweigerd omdat hij meer dan 65% van zijn loon kon verdienen. Na bezwaar werd de datum einde wachttijd herzien naar 18 oktober 2010, maar het recht op een WIA-uitkering werd alsnog geweigerd vanwege onvoldoende arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond en oordeelde dat het UWV bevoegd was de datum van einde wachttijd te herzien. Appellant stelde dat hij financieel nadeel leed door de herziening, omdat hij daardoor later aanspraak zou maken op een lagere niet-loongerelateerde WIA-uitkering. De Centrale Raad oordeelde echter dat appellant geen belang meer had bij een rechterlijk oordeel over de aanspraak op een WIA-uitkering per die data, omdat hij tot zijn ontslag loon doorbetaald kreeg en geen uitkering zou resteren.
Verder werd geoordeeld dat het besluit van 4 mei 2012, waarbij een loongerelateerde WGA-uitkering werd toegekend vanaf 30 maart 2011 wegens toegenomen beperkingen, buiten de reikwijdte van het beroep viel. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtbankuitspraak en wijst het hoger beroep af.