ECLI:NL:CRVB:2015:320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.C.R. Schut
- G.M.G. Hink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en onvoldoende gegevens
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB vanaf april 2010. Na melding van werkzaamheden als gastouder en een onderzoek naar de rechtmatigheid van de bijstand, werd de uitbetaling per oktober 2011 geblokkeerd. Het college verzocht herhaaldelijk om bankafschriften en andere gegevens, die niet volledig werden aangeleverd. Hierdoor werd de bijstand op 11 januari 2012 opgeschort en later ingetrokken.
Appellanten deden een nieuwe aanvraag, die werd afgewezen vanwege onvoldoende inzicht in hun levensonderhoud en verrichte arbeid. Onderzoek door sociale recherche toonde grote geldstromen, ondernemersactiviteiten en hennepplantages aan, waarvan appellanten geen melding hadden gemaakt. Het college trok de bijstand over de periode april 2010 tot januari 2012 in en vorderde kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de intrekking deels gegrond en tegen de terugvordering ongegrond. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het college bevoegd geacht tot intrekking en terugvordering, omdat appellanten de inlichtingenplicht hebben geschonden en onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij recht op bijstand hadden. De Raad bevestigt de eerdere uitspraken en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens onvoldoende gegevensverstrekking en schending van de inlichtingenplicht.