ECLI:NL:CRVB:2012:BX2748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- M.F. Wagner
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens hennepkwekerij en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand en werd op 1 juli 2006 betrapt op het exploiteren van een hennepkwekerij in zijn woning. Het college herzag daarop de bijstand over de periode van 7 januari 2006 tot 30 juni 2006 en vorderde de kosten terug, wegens schending van de inlichtingenplicht. Tevens werd de bijstand vanaf 1 juli 2009 tijdelijk verlaagd.
Appellant voerde onder meer aan dat hij niet eerder dan 7 januari 2006 was begonnen met de hennepkwekerij en dat de inlichtingenplicht strijdig zou zijn met artikel 6 EVRM Pro. Ook stelde hij dat een medewerker van de verhuurder op 9 februari 2006 geen hennepkwekerij had aangetroffen, wat hij als bewijsaanbod aanvoerde.
De Raad oordeelde dat het bewijsaanbod niet aannemelijk was gemaakt en dat de inlichtingenplicht losstaat van strafrechtelijke onderzoeken, waardoor het beroep op artikel 6 EVRM Pro faalt. De schatting van Eneco over de aanvang van de exploitatie op 6 januari 2006 werd als zorgvuldig en juist beoordeeld. De uitspraak van het gerechtshof in de strafzaak was niet bindend voor de bestuursrechter. Omdat appellant niet aannemelijk maakte dat hij recht had op bijstand over de betwiste periode, was het college bevoegd de bijstand terug te vorderen.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.