ECLI:NL:CRVB:2015:308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, laatstelijk werkzaam als inpakker, meldde zich ziek met psychische klachten en pijnklachten aan de rechterzijde van de borst. Na een medisch onderzoek door een verzekeringsarts en een arbeidsdeskundige selecteerde het UWV functies die appellant zou kunnen vervullen, waardoor geen recht op een WIA-uitkering werd vastgesteld.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn psychische beperkingen werden onderschat. Hij stelde dat de verzekeringsarts onvoldoende gespecialiseerd was en dat er meer informatie bij zijn psychiater had moeten worden ingewonnen.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was verricht, waarbij de verzekeringsarts een anamnese afnam, dossieronderzoek deed en informatie van de psychiater meewoog. De medische beperkingen van appellant waren juist vastgesteld en de geselecteerde functies geschikt.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad stelde dat de verzekeringsarts bevoegd was om de medische gegevens te wegen en dat de informatie van de psychiater geen aanleiding gaf tot een ander oordeel. Er was geen reden om een deskundige te benoemen.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep ongegrond is en bevestigde de weigering van de WIA-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist zijn vastgesteld.