ECLI:NL:CRVB:2015:305
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor geselecteerde WAO-functies
Appellant meldde zich ziek en ontving een Ziektewetuitkering (ZW). Het UWV beëindigde deze uitkering op grond van de beoordeling dat appellant geschikt was voor ten minste één van de in het kader van de WAO geselecteerde functies. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beëindiging ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV het Protocol Chronische Vermoeidheidssyndroom (CVS) niet had toegepast en dat hij niet in staat was 40 uur per week te werken. Hij overhandigde een neuropsychologisch rapport en een fietstestresultaat ter onderbouwing van zijn klachten.
De Raad concludeerde dat er geen neurologische stoornissen waren vastgesteld en dat de klachten van appellant afdoende waren verdisconteerd in de huidige mate van arbeidsongeschiktheid. De medische stukken toonden geen objectiveerbare verslechtering ten opzichte van de WAO-beoordeling. De Raad bevestigde daarom de beëindiging van de ZW-uitkering.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door drie leden van de Centrale Raad van Beroep en uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2015.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellant geschikt is voor ten minste één van de geselecteerde WAO-functies.