Appellant betwistte dat een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid per 15 april 2009 leidde tot een wijziging van zijn WAO-uitkering. De Centrale Raad van Beroep had in een eerdere tussenuitspraak vastgesteld dat het UWV de vermoeidheidsklachten niet voldoende had betrokken bij de verzekeringsgeneeskundige beoordeling en dat een aanvullende toelichting nodig was over de functie afbiester dekbedden en slaapzakken.
Ter uitvoering van deze tussenuitspraak liet het UWV appellant onderzoeken door een internist en een neuropsycholoog. Op basis van hun rapporten en aanvullende toelichtingen van bezwaarverzekeringsarts en bezwaararbeidsdeskundige concludeerde het UWV dat de Functionele Mogelijkhedenlijst niet hoefde te worden aangepast en dat de functie ondanks knieklachten geschikt bleef.
De Raad oordeelt dat het UWV hiermee de geconstateerde gebreken heeft hersteld en dat de zienswijze van appellant geen aanleiding geeft tot een ander oordeel. Het onderzoek is gesloten zonder nader onderzoek ter zitting. De Raad vernietigt het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak, maar verklaart de rechtsgevolgen van het besluit onverminderd van kracht.
Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant in zowel beroep als hoger beroep en moet het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 november 2013.