ECLI:NL:CRVB:2015:3006
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar tegen terugvordering WW-uitkering
Appellant ontving een WW-uitkering en ging op 16 december 2013 werken zonder dit tijdig aan het Uwv door te geven. Het Uwv herzag de uitkering en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug, en legde een boete op. Appellant maakte bezwaar, maar het Uwv verklaarde dit niet-ontvankelijk omdat het bezwaar te laat zou zijn ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat zij aannam dat de besluiten op 14 mei 2014 waren ontvangen en de bezwaartermijn daarom was verstreken. In hoger beroep stelde appellant dat hij de besluiten pas op 21 augustus 2014 ontving en binnen zes weken daarna bezwaar maakte.
De Raad oordeelde dat het Uwv niet aannemelijk had gemaakt dat de besluiten eerder waren verzonden dan 21 augustus 2014. Hierdoor was het bezwaar tijdig ingediend. De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en de niet-ontvankelijkverklaring, en beval het Uwv opnieuw te beslissen op het bezwaar. Tevens werd het Uwv veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt vernietigd omdat het bezwaar tijdig is ingediend na juiste verzending van de besluiten.