ECLI:NL:CRVB:2015:2933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking persoonsgebonden budget wegens verblijf in het buitenland en niet-ingezetenschap
Appellante ontving een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Regeling subsidies AWBZ. Het Zorgkantoor trok dit pgb in omdat appellante sinds december 2008 in Suriname verbleef en daardoor niet meer als ingezetene van Nederland kon worden aangemerkt, wat een vereiste is voor AWBZ-verzekering.
De rechtbank had het bezwaar tegen de intrekking gegrond verklaard maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellante voerde aan dat zij wel in Suriname verbleef maar daar niet woonde en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar leeftijd en financiële situatie.
De Raad oordeelde dat appellante in 2010 feitelijk in Suriname woonde en niet van plan was terug te keren naar Nederland. De duurzame band met Nederland ontbrak, waardoor zij niet als ingezetene en verzekerde in de zin van de AWBZ kon worden beschouwd. Het Zorgkantoor was bevoegd het pgb in te trekken en de onverschuldigd betaalde voorschotten terug te vorderen. De Raad vond de matiging van de terugvordering tot de helft van het bedrag redelijk en verklaarde het beroep tegen het nadere besluit ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het nadere besluit tot intrekking van het pgb wordt ongegrond verklaard omdat appellante in Suriname woont en niet als ingezetene van Nederland wordt beschouwd.