ECLI:NL:CRVB:2015:2843
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit WIA-uitkering wegens wijziging arbeidsongeschiktheidspercentage
Appellant is sinds 28 december 2010 arbeidsongeschikt als schoonmaker. Na medisch en arbeidskundig onderzoek kende het UWV hem op 26 januari 2013 een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 54,67%. In bezwaar stelde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn lichamelijke en psychische beperkingen, onderbouwd met medische verklaringen en medicatielijsten. De verzekeringsarts bezwaar en beroep nam aanvullende beperkingen op in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en stelde het arbeidsongeschiktheidspercentage op 56,8%. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank Rotterdam onderschreef de medische grondslag en de geschiktheid van de geselecteerde functies. De rechtbank oordeelde dat geen sprake was van een herroeping in de zin van artikel 7:15, tweede lid, Awb, omdat het primaire besluit niet was gewijzigd. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de medische beoordeling en de geschiktheid van de functies. Wel oordeelt de Raad dat de wijziging van het arbeidsongeschiktheidspercentage in de bezwaarfase een wijziging van de resterende verdiencapaciteit en daarmee van de rechtspositie inhoudt. Dit betekent dat sprake is van een herroeping als bedoeld in artikel 7:15, tweede lid, Awb. Het UWV heeft het bezwaar ten onrechte ongegrond verklaard en de kosten in bezwaar onterecht geweigerd. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV, herroept het oorspronkelijke besluit en veroordeelt het UWV in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt herroepen vanwege wijziging van het arbeidsongeschiktheidspercentage en appellant wordt in het gelijk gesteld met vergoeding van kosten.