ECLI:NL:CRVB:2015:2832
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te beëindigen per 12 mei 2013 op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant geschikt is voor rugsparende arbeid. De beschikbare medische informatie van diverse specialisten gaf geen aanleiding tot twijfel aan deze beoordeling.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat hij niet kan werken vanwege zijn gezondheid en betwijfelde de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek vanwege de korte duur. De Raad oordeelde dat het onderzoek 45 minuten duurde en dat de duur geen reden is om de zorgvuldigheid in twijfel te trekken.
De Raad bevestigde dat er geen medische onderbouwing is voor het standpunt van appellant dat hij niet kan werken en dat de functies die ten grondslag liggen aan het besluit passend zijn. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.