ECLI:NL:CRVB:2014:3962
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig voltijds keukenverkoper, meldde zich in september 2009 ziek en ontving een WGA-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 1 december 2011 wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35% op basis van onderzoek door verzekeringsartsen en een arbeidsdeskundige.
De rechtbank vernietigde het besluit vanwege een foutieve wettelijke grondslag, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat het onderzoek zorgvuldig en volledig was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onvoldoende was en dat hij volledig arbeidsongeschikt was, onderbouwd met diverse medische rapporten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de duur van het onderzoek niet zonder meer leidt tot onzorgvuldigheid en dat de verzekeringsartsen voldoende rekening hielden met medische informatie van diverse behandelaars. De aanvullende psychiatrische rapporten betroffen een latere periode en konden niet worden geacht de situatie op de beslissende datum te weerspiegelen.
De Raad bevestigde dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit standhouden en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst passend zijn. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WGA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.