ECLI:NL:CRVB:2015:2783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-woonachtig op geregistreerd adres
Appellante kreeg studiefinanciering toegekend op basis van de norm voor uitwonende studenten. Na een huisbezoek door controleurs werd vastgesteld dat zij niet woonde op het adres waar zij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (gba) stond ingeschreven. De minister herzag daarop de studiefinanciering naar de norm voor thuiswonende studenten en vorderde het te veel betaalde bedrag terug.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij sinds 12 november 2012 weer op het ouderlijk adres woonde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de minister aannemelijk had gemaakt dat appellante ten tijde van de controle niet op het gba-adres woonde, mede vanwege het ontbreken van persoonlijke spullen en verklaringen van de broer van appellante.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel bij haar broer woonde in de relevante periode en dat zij geen onjuiste informatie had verstrekt. De Raad oordeelde dat de minister aan zijn bewijslast had voldaan en dat de verklaringen van appellante en derden onvoldoende waren om de conclusie te weerleggen. Ook de hardheidsclausule werd niet toegepast.
Aanvullende verklaringen van de vader en een buurvrouw die een andere woonsituatie suggereerden, konden niet worden verenigd met eerdere verklaringen en feiten. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit van de minister. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de studiefinanciering wegens niet-woonachtig zijn op het geregistreerde adres.