ECLI:NL:CRVB:2015:2626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand woonkostentoeslag wegens niet-noodzakelijke hoge woonkosten
Appellant, die een uitkering ontvangt op grond van de Wajong, woonde sinds 2011 in een woonhotel en vroeg bijzondere bijstand aan voor woonkostentoeslag. Het college wees dit af omdat de woonkosten niet noodzakelijk waren en de Wet op de huurtoeslag als voorliggende voorziening gold.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees de schadevergoeding af. Appellant voerde in hoger beroep aan dat vanwege zijn psychische problematiek geen andere woonmogelijkheid dan het woonhotel bestond. Hij overlegde een brief van zijn behandelaar ter onderbouwing.
Het college stelde dat passende begeleiding via de AWBZ mogelijk was en dat appellant een indicatie moest aanvragen bij het CIZ. Appellant kreeg later een indicatie voor individuele begeleiding. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij geen minder kostbare woonruimte met begeleiding kon betrekken en dat het woonhotel niet noodzakelijk was.
De Raad bevestigde dat de woonkosten niet noodzakelijk waren in de zin van artikel 35 WWB Pro en verklaarde het incidenteel hoger beroep van het college niet-ontvankelijk. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 4 augustus 2015.
Uitkomst: De bijzondere bijstand voor woonkostentoeslag wordt afgewezen omdat de hoge woonkosten niet noodzakelijk waren.