ECLI:NL:CRVB:2015:2603
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatstaf arbeid en medische beoordeling bij beëindiging Ziektewetuitkering
Appellant was werkzaam bij een werkgever als oproepkracht en meldde zich ziek waarna het dienstverband werd beëindigd. Het UWV kende een Ziektewetuitkering toe, die later werd beëindigd op basis van een medisch onderzoek door een verzekeringsarts, die concludeerde dat appellant weer geschikt was voor arbeid.
Appellant voerde aan dat zijn arbeidsovereenkomst een voortzetting was van een fulltime dienstverband bij een eerdere werkgever en dat het UWV zijn medische beperkingen onderschatte. De rechtbank oordeelde echter dat de maatstaf arbeid juist was vastgesteld op gemiddeld 14,375 uur per week bij de laatstwerkgever en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze beoordeling. Uit de gedingstukken blijkt dat appellant afzonderlijke arbeidsovereenkomsten had met verschillende werkgevers en dat de berekening van het gemiddelde aantal uren op basis van Suwinet-gegevens juist is. Ook de aanvullende medische stukken bevatten geen nieuwe gezichtspunten die tot een ander oordeel zouden leiden.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.