Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt aangevallen uitspraak 1;
- bevestigt aangevallen uitspraak 2 voor zover aangevochten.
Centrale Raad van Beroep
Appellante was administratief medewerkster bij een islamitische basisschool en stopte met werken wegens psychische klachten. Na het einde van haar arbeidsovereenkomst kreeg zij een Ziektewet-uitkering (ZW). Het UWV beëindigde deze uitkering per 12 oktober 2012, omdat zij haar eigen werk weer zou kunnen verrichten. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond wegens procedurele tekortkomingen, maar oordeelde inhoudelijk dat appellante haar werkzaamheden als administratief medewerkster zonder de extra taken (zoals toezicht houden op de speelplaats en bij het zwembad) kon uitvoeren. Deze extra taken werden niet als kenmerkend voor haar functie beschouwd. Het bezwaar tegen het tweede besluit werd ongegrond verklaard omdat het een herhaling van het eerste besluit betrof.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte alleen de administratieve taken had meegewogen en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was. De Raad bevestigde echter dat het ziektebegrip in artikel 19, vijfde lid, ZW vereist dat alleen de gewone werkzaamheden van de functie worden meegewogen. Het medisch onderzoek was zorgvuldig en het ontbreken van aanvullende informatie van de behandelend psychiater maakte het onderzoek niet onzorgvuldig.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat de ZW-uitkering terecht was beëindigd. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering omdat appellante haar gewone werkzaamheden kon verrichten.