ECLI:NL:CRVB:2015:2361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde bijstandsaanvraag wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant, die eerder een bijstandsaanvraag had ingediend die was afgewezen vanwege een te hoog vermogen, verzocht het college om terug te komen op dat besluit voor de periode van 7 augustus 2012 tot 1 oktober 2012. Hij stelde dat alimentatieschulden zijn vermogen verlaagden tot onder de vrij te laten grens, wat niet was meegenomen bij de eerste aanvraag.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangevoerd zoals vereist op grond van artikel 4:6 Awb Pro. De betalingen aan de ex-partner vonden na de te beoordelen periode plaats en de alimentatievordering was niet reëel opeisbaar in die periode.
De Raad benadrukte dat schulden alleen in aanmerking worden genomen als zij bestaan, opeisbaar zijn en daadwerkelijk worden afgedwongen. Omdat appellant zelf bepaalt wanneer hij alimentatie betaalt en vrij over zijn vermogen kon beschikken, was er geen sprake van een opeisbare schuld in de relevante periode.
Daarom was het college bevoegd het verzoek om terug te komen op het eerdere besluit af te wijzen. Het hoger beroep slaagde niet en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de herhaalde bijstandsaanvraag wordt bevestigd.