ECLI:NL:CRVB:2015:2303
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid tot eigen arbeid ondanks psychische klachten
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, viel uit wegens psychische en lichamelijke klachten. Het UWV beëindigde haar Ziektewetuitkering per 7 maart 2013 op grond van een medisch oordeel dat zij haar arbeid kon hervatten. Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar klachten haar arbeidsongeschiktheid rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig onderzoek had verricht, inclusief dossierstudie en overleg met de huisarts. De psychische klachten werden niet ondersteund door objectiveerbare medische gegevens, en ook de lichamelijke klachten ontbeerden een medisch substraat dat arbeidsongeschiktheid rechtvaardigde.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het UWV in strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel had gehandeld en dat het rapport van psycholoog Zantman haar arbeidsongeschiktheid bevestigde. De Raad volgde dit niet, omdat het psychologenrapport dateerde van na de datum in geschil en geen onderbouwing gaf voor klachten op die datum.
De Raad onderschreef het oordeel van de verzekeringsarts dat de geringe artrose geen verklaring bood voor de ernst van de klachten en dat appellante haar niet-zware administratieve werkzaamheden kon verrichten. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering omdat appellante haar eigen arbeid kan verrichten.