ECLI:NL:CRVB:2015:2290
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- A.M. Overbeeke
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB, maar het college trok deze bijstand in en vorderde kosten terug wegens het niet melden van werkzaamheden van appellant in het cateringbedrijf van zijn broer en het vermeende ontbreken van een gezamenlijke huishouding na verhuizing.
De sociaal rechercheur voerde onderzoek uit, waarbij getuigen verklaarden dat appellant op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtte in het bedrijf, maar de omvang daarvan niet exact kon worden vastgesteld. Ook werd vastgesteld dat appellant zijn hoofdverblijf nog had op het oude adres, waardoor sprake bleef van gezamenlijke huishouding.
De rechtbank verklaarde de beroepen grotendeels ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de besluiten niet deugdelijk waren gemotiveerd, met name omdat het college niet schattenderwijs het recht op bijstand had vastgesteld en onvoldoende rekening had gehouden met de feitelijke woon- en leefsituatie.
De Raad vernietigde de bestreden besluiten en gaf het college opdracht nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de motieven van de Raad. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de bestreden besluiten en draagt het college op nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de motieven van de Raad.